Dodenherdenking

De Nationale Dodenherdenking, Nationale Herdenking of Dodenherdenking vindt jaarlijks plaats op 4 mei met o.a. twee minuten (vroeger een minuut) stilte om 20:00. De landelijke herdenking op de Dam in Amsterdam wordt georganiseerd door het Nationaal Comité 4 en 5 mei, terwijl honderden andere plaatselijke comités eigen herdenkingen organiseren.

Nederlandse slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog, maar tegenwoordig wordt officieel een ruimere definitie gehanteerd die alle oorlogsslachtoffers of omgekomenen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog omvat.

Een dag later, op 5 mei wordt de bevrijding van de Duitse bezetting (1940-1945) gevierd. De Indische gemeenschap houdt 15 augustus aan als bevrijdingsdag, vanwege de Japanse capitulatie in Nederlands-Indië op 15 augustus 1945

Definities

Er zijn momenteel twee officiële definities van de herdenking, met een klein maar ingrijpend verschil.

Het Nationaal Comité 4 en 5 mei dat belast is met de landelijke uitvoering van de herdenking op de Dam in Amsterdam hanteert de volgende definitie:

Tijdens de Nationale Herdenking we allen – burgers en militairen – die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog (men gaat hierbij uit van 10 mei 1940), in oorlogssituaties en bij vredesoperaties.

De rijksoverheid vermeldt echter een andere definitie:

Tijdens de Dodenherdenking (officieel: de Nationale Herdenking) op 4 mei worden in het hele land om 20.00 uur de Nederlandse slachtoffers herdacht die sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog in oorlogssituaties en bij vredesoperaties zijn omgekomen.

Plaatselijke comités voor de dodenherdenking hanteren soms een eigen definitie.

Geschiedenis

Tot 1961 had de herdenking slechts betrekking op de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Vanaf 1961 worden op 4 mei op sommige plaatsen ook de gevallenen tijdens andere militaire conflicten (zoals de politionele acties in Nederlands-Indië) en vredesoperaties (zoals in Libanon, Bosnië of Afghanistan) herdacht. Over de wie er wel en niet herdacht mogen worden wordt hevig gestreden. De huidige definitie van het Nationaal Comité omvat ook de Duitse gevallenen in de Tweede Wereldoorlog en Nederlandse collaborateurs, maar expliciete herdenking van deze doden ligt gevoelig, ook als het niet om overtuigde nazi's maar om jonge dienstplichtigen gaat.

Herdenking op de Dam in Amsterdam

De eerste dodenherdenking werd gehouden op 9 mei 1945 op de Dam in Amsterdam. Het gemeentebestuur had daar de dag ervoor over beslist. Er werd een minuut stilte gehouden om de gevallenen te herdenken.

De nationale herdenking op de Dam in Amsterdam vindt plaats volgens een vast patroon:

Vanaf 18:55 vindt in de aan de Dam gelegen Nieuwe Kerk een plechtigheid plaats waar, naast leden van de koninklijke familie en regeringsleden, oorlogsgetroffenen en nabestaanden en anderen die zich hebben aangemeld aanwezig zijn. Deze plechtigheid duurt een half uur en wordt rechtstreeks uitgezonden op een van de publieke tv-netten. Tijdens de plechtigheid wordt ook de 4 mei-lezing uitgesproken. Om 19:50 verlaat de Koningin de Nieuwe Kerk en loopt, tezamen met de kroonprins, diens echtgenote en enkele politieke en militaire hoogwaardigheidsbekleders, door een erecouloir van veteranen naar het monument op de Dam. Voor het monument stopt de groep. Een lid van het Nationaal Comité 4 en 5 mei spreekt de volgende tekst uit:

"Tijdens de Nationale Herdenking herdenken wij allen - burgers en militairen - die in het Koninkrijk der Nederlanden of waar ook ter wereld zijn omgekomen sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, in oorlogssituaties en bij vredesoperaties. Alle herinneringen daaraan komen samen tijdens de Nationale Herdenking. Om acht uur is het overal in Nederland twee minuten stil. Twee minuten, waarin we ons realiseren dat we hier in vrijheid twee minuten stil kunnen en mogen zijn. Ter nagedachtenis aan allen die zijn omgekomen, leggen Hare Majesteit de Koningin en Zijne Koninklijke Hoogheid de Prins van Oranje de eerste krans bij het Nationaal Monument."

Hierna leggen de Koningin en de kroonprins een krans bij het monument namens alle burgers van Nederland. Vervolgens wordt het signaal Taptoe gespeeld, dat om acht uur eindigt; de klok van de Nieuwe Kerk slaat en er worden twee minuten stilte gehouden ter nagedachtenis aan degenen die zijn omgekomen.

Na de twee minuten stilte wordt een couplet van het Wilhelmus gespeeld, waarbij van de aanwezigen wordt verwacht dat ze meezingen. Hierop volgt een korte toespraak over de betekenis van 4 mei. Kransen worden vervolgens gelegd door vertegenwoordigers van de regering, waaronder de minister-president, van het parlement, de krijgsmacht, verzetsbeweging en allerlei organisaties en groeperingen in de maatschappij Er wordt een zelfgeschreven gedicht uitgesproken door een scholier. Hierna leggen plaatselijke schoolkinderen bloemen bij het monument. Ten slotte begint het defilé, waarbij eenieder langs het monument kan lopen en bloemen kan neerleggen.

De plechtigheid op de Dam, van het verlaten van de Nieuwe Kerk door de Koningin tot het begin van het defilé, wordt sinds 1987 op alle publieke zenders uitgezonden, alsmede op de SBS-zenders. De RTL-zenders zenden de herdenking op de Waalsdorpervlakte uit.

Incidenten


2000

Tijdens de herdenking op de Dam van 4 mei 2000 waren er verscherpte veiligheidsmaatregelen, zoals de stationering van scherpschutters van de politie op de daken van de gebouwen rond de Dam. Op 4 mei 2000 bevestigde Joop van Riessen, oud-hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie, in het televisieprogramma NOVA dat er die dag een melding was binnengekomen dat een Molukse groepering tijdens de herdenking een actie zou hebben gepland. Op 4 mei 2009 waren er vergelijkbare verscherpte veiligheidsmaatregelen in verband met de eerdere aanslag op Koninginnedag.

2010

In 2010 werd de dodenherdenking op de Dam verstoord toen tijdens de twee minuten stilte een man aan de Rokinzijde plotseling met zijn handen opgeheven begon te prevelen en vervolgens te schreeuwen.[4] Er ontstond paniek en mensen probeerden te vluchten; dranghekken werden door de mensenmassa's omgeduwd, en het lawaai daarvan veroorzaakte nog meer paniek. De koningin en haar gevolg werden snel in veiligheid gebracht. Nadat de situatie onder controle was, werd de ceremonie volgens programma hervat. In het tumult vielen in totaal 63 gewonden. De verwondingen varieerden van kneuzingen en schrammen tot botbreuken.

Een omstander overmeesterde de man samen met agenten in burger en de politie hield de man aan.Het was een 39-jarige man met het uiterlijk van een orthodoxe jood. Hij was al een bekende van de politie, die reeds eerder is veroordeeld voor geweldsdelicten en handel in en bezit van drugs. In de media werd hij aangeduid als de Damschreeuwer.

Hij werd verdacht van het verstoren van de openbare orde, maar later ook van het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel. Een andere man, die van de schrik een koffertje had laten vallen, werd ook aangehouden. Het is mogelijk dat de paniek door het vallende koffertje vergroot was - volgens getuigen werd er "Een bom!" geroepen en men was de gebeurtenis op Koninginnedag 2009 nog niet vergeten. Deze man bleek echter niets kwaads van plan te zijn geweest en de inhoud van zijn koffertje was ongevaarlijk, waarna de eigenaar werd vrijgelaten. Voor zover bekend is er geen poging gedaan de persoon die de paniek vergrootte door "Een bom!" te roepen op te sporen.

Andere herdenkingen

Op andere plaatsen in Nederland worden soortgelijke plechtigheden gehouden, meestal bij plaatselijke monumenten voor slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Het patroon is gelijk: het trompetsignaal Taptoe (of in sommige gevallen, zoals in Elburg, de Last Post), twee minuten stilte, het Wilhelmus en kransleggingen. De bezoekers wandelen daarna langs de kransen en voegen er bloemen aan toe. Voorbeelden zijn de Waalsdorpervlakte in Scheveningen, het ereveld Grebbeberg in Rhenen en honderden andere plaatsen waar graven of monumenten aan de slachtoffers en de bezetting herinneren.

De twee minuten stilte gelden in het hele land, ook op plaatsen waar geen plechtigheid wordt gehouden. Treinen en bussen worden stilgezet en van iedereen wordt verwacht dat hij om acht uur een moment van stilte in acht neemt, waar hij zich ook bevindt. Het blijft echter verboden een auto op de snelweg stil te zetten. Automobilisten kiezen daarvoor een geschikte afrit of parkeerplaats. Verder spreekt het vanzelf dat hulpdiensten (ambulance, brandweer enz.) normaal actief blijven.

Op 15 augustus wordt op verschillende plaatsen in het land bij Indische monumenten de capitulatie van Japan en de bevrijding van voormalig Nederlands-Indië herdacht, hoewel in principe de slachtoffers uit Indië ook op 4 mei worden herdacht.

Vlaggen

Op 4 mei hoort de vlag van 18 uur tot zonsondergang (in Amsterdam is dat 21:10 uur) halfstok te hangen. Indien er bij de dodenherdenking een vlag halfstok hangt, wordt de vlag in top gehesen nadat het volkslied is gezongen. Volgens het nieuwste protocol uit 2001 mag de vlag na het volkslied ook halfstok gelaten worden.

Zomertijd

Door het invoeren van de zomertijd in 1977 valt Dodenherdenking niet meer vlak voor zonsondergang. Bij oudere verslagen en gedichten wordt gesproken over het vallen van de duisternis bij de herdenkingsplechtigheid.

Bron: Wikipedia